‘Kleine Europese clubs verkocht aan matchfixers’

In de lagere divisies van het Europese voetbal worden clubs steeds vaker verkocht aan matchfixers. De clubs zitten in geldnood, waardoor het voorbestaan van de verenigingen in gevaar komt. De clubvoorzitters voelen zich genoodzaakt om de clubs te verkopen. Dat dit vervolgens aan malafide personen is, wordt op dat moment weinig rekening mee gehouden. De Volkskrant deed onderzoek nadat vier Nederlandse voetballers beschuldigd werden van matchfixing in Finland. 

De krant zocht onder andere contact met het International Centre for Sport Security (ICSS). Deze organisatie onderzoekt wereldwijd dubieuze praktijken omtrent sportwedstrijden. De matchfixers kopen de clubs om vervolgens bepaalde spelers in de selecties te plaatsen. Deze spelers moeten vervolgens de fixers helpen aan goede weddenschappen. Zo beschikken ze over de kortste klap, aangezien ze de spelers niet meer apart hoeven te benaderen. Het risico om ontdekt te worden is een stuk kleiner.

De vier Nederlandse spelers (Irvingly van Eijma, Derwin Martina, Ayoub ait Afkir en Salah Aharar) werden door een tussenpartij genaamd Mastersports naar het Finse Atlantis gehaald. De vier begin twintigers wisten op dat moment niet dat Mastersports een dekmantel is van een grote matchfixer. Het onderzoek naar de vier Nederlanders is inmiddels afgerond, waaruit gebleken is dat deze spelers niks met gefixte wedstrijden te maken hadden. Toch zal het wel even duren voordat deze namen echt gezuiverd zijn.

Overigens is vooralsnog niet duidelijk of er ook al Nederlandse clubs zijn benaderd door corrupte partijen. De Volkskrant gaf tevens aan dat de KNVB graag een striktere samenwerking ziet tussen internationale opsporingsdiensten. Het gehele artikel van de Volkskrant is hier te lezen.