Profvoetballers kunnen gokken niet laten, waarom niet?

De legalisering levert een land of staat niet alleen geld op. Er komt ook meer duidelijkheid op het gebied van verslaving en er kan geïnvesteerd worden in betere zorg. De problemen omtrent gokverslaving zitten vaak nog dieper dan we tot dusver weten. In Nederland heerst er een taboe op gokken en spreken we niet graag uit dat we het veel doen. Datzelfde geldt voor voetballers. Het is bekend dat veel betaalde voetballers wel eens een gokje wagen, maar hoe komt dat en waarom weten we daar weinig over?

Ook in Nederland wagen voetballers met regelmaat een gokje en dat is in principe ook niet verboden. Wedden op eigen wedstrijden is daarentegen link en is dan ook niet toegestaan. Toch leeft het al langer. In 1995 werd arbiter Dick Jol er van verdacht dat hij op wedstrijden zou inzetten waar hij zelf de leidsman was. In 2013 deed Toine Spapens van de Universiteit van Tilburg onderzoek naar dit probleem. Uit zijn onderzoek bleek dat een op de vijf sporters wel eens op eigen wedstrijden geld inzet.

Hoe het nou komt dat voetballers vaak in aanraking komen met gokken en daar zelf ook met regelmaat aan mee doen, heeft verschillende redenen. In Engeland deed professor Robert Rogers onderzoek naar dit probleem en kwam met een aantal verklaarbare motivaties. Allereerst kicken bijvoorbeeld voetballers nou eenmaal op spanning. Die spanning hebben ze altijd zelf ervaren op het veld en ze weten hoe nietszeggende duels toch leuk kunnen worden. Ze zijn op zoek naar de zogenaamde ‘on-the-field’ spanningen, zeker als ze zelf geblesseerd zijn of verhuurd zijn aan een andere club. De spelers geraken uit de sociale controle en ook de familie verdwijnt uit zicht.

Daar komt bij dat Engeland min of meer het gokwalhalla van Europa wordt genoemd. Al vlot was het wedden op sport al volledig legaal en bookmakers zijn een enorme financiële input voor de clubs en de competitie. Overal op straat vind je billboards, posters en locaties waar je kunt gokken. Het is niet vreemd dat een Engelsman over het algemeen sneller een uitstapje maakt naar een bookmaker dan de Nederlander, waar gokken nog steeds niet gelegaliseerd is.

Ook komen succesvolle, jonge spelers in aanraking met een hoger salaris, terwijl de kosten gelijk blijven. In de omgeving hoeven spelers naast wedstrijden en trainingen verder weinig uit te voeren waardoor er veel tijd over is. Jonge jongens komen in aanraking met de wat oudere voetballers, waaronder normaal gesproken altijd een aantal fervent gokkers tussen zitten. Het is een gevolg van verveling, ontbrekende spanning en verleidingen uit de omgeving.

Loop met regelmaat een Holland Casino in een grote stad binnen en je zal eerdaags een (top)sporter tegenkomen. Vooral de voetballers zijn wat dat betreft graag geziene gasten. Uiteraard is het casino geen bookmaker en dus is dit vrij onschuldig. Voetballers in lagere competities komen in dat geval bij een illegaal casino waarin ze vanzelf in aanraking komen met weddenschappen. Dit hele proces hebben Iwan van Duren en Tom Knipping aan het licht gebracht in het boek ‘Voetbalmaffia’.

In het verleden zijn zowel in het binnenland als buiten de landgrenzen behoorlijk wat sporters onderuit gegaan door (gok)verslavingen. In Nederland is Glenn Helder misschien wel het bekendste voorbeeld. Ook ex-PSV aanvaller Luc Nilis gaf in zijn boek aan last te hebben gehad van gokverslaving. Het blijft een heibel punt en goed om altijd in de kiem proberen te smoren, al blijft dat soms erg lastig.